Naar een beter beeld op de wetenschappelijke samenleving

Wetenschappelijk onderzoek spreekt waarheid en de politiek moet daarnaar luisteren. Rudi Laemans schetste in De Standaard (4 juni) de verhouding tussen wetenschap en politiek op die manier. Deze beeldspraak is onhoudbaar, omdat wetenschappelijk advies een reflectie op waarden nodig heeft.


In 2019 gaf Marc Van Ranst een veelbesproken lezing over wetenschappelijke communicatie aan het beleidsinstituut Chatham House. Van Ranst benadrukt daarin de noodzaak om in tijden van een pandemie een éénduidige boodschap te laten domineren in de media: zo vermijd je paniek en voorkom je desinformatie in de populatie. Eén cruciale vraag stelt Van Ranst zichzelf niet: in wiens naam moet die éénduidige boodschap spreken? Op het einde van zijn lezing zegt hij dat zijn apolitieke status een belangrijke sleutel was tot zijn succes als griepcommissaris. Dit kan niet correct zijn: van Ranst verschafte risicoanalyses aan de overheid, en elke risicoanalyse kan maar zinvol zijn als je bepaalde waarden voorop stelt, bijvoorbeeld wat je een aanvaardbaar dodentol vindt, in welk deel van je populatie, enzovoort.


Het idee dat wetenschapscommunicatie omtrent gezondheid politiek neutraal kan zijn is een illusie. Lockdown als strategie, bijvoorbeeld, krijgt slechts een betekenis gegeven een doelstelling en afweging ten aanzien van haar nadelen. Als Van Ranst in oktober of maart in de media verkondigde voorstander te zijn van een nieuwe lockdown, dan deed hij dat niet als waardenvrije spreekbuis van een waardenvrije praktijk - misschien begrijpt hij zichzelf wel als zo’n spreekbuis, maar dat is een vergissing.


Dat wil niet zeggen dat wetenschappers nooit over gezondheidsbeleid aan het woord mogen komen - alleen zouden ze dan beter ook een reflectie meenemen op de waarden en doelstellingen voor gezondheid die zij centraal stellen in hun analyse. Daarmee komt weliswaar Van Ransts project van een éénduidige publieke boodschap op de helling te staan: over waarden en doelstellingen verschil je snel van mening. Dat is geen ramp. Zoals wetenschappers zelf al meer dan een jaar aangeven, de politici nemen uiteindelijk de beslissingen.


In zijn lezing vermeldde Van Ranst ook zeer kort dat het moeilijk is om beslissingen te nemen op basis van onvolledige informatie. Helaas zei van Ranst niets over hoe je daarmee moet omgaan als wetenschapper. Opnieuw spelen waarden onherroepelijk een rol: als de vaccinologen in januari massaal beweerden dat het Astra-Zeneca vaccin veilig was, dan bedoelden ze daar niet mee dat er nooit ernstige bijwerkingen konden optreden. Instellingen als het EMA gebruiken bepaalde drempelwaardes voor de frequentie van bijwerkingen om te bepalen of een vaccin “veilig genoeg” is. Je kan die drempels hoger of lager maken naar gelang het risico dat je wil nemen, en op basis daarvan heb je meer of minder informatie nodig om tot een beslissing te komen. De politieke en economische context waarin zo’n beslissing genomen moet worden, speelt daarin een grote rol. Hoe groter de economische en sociale urgentie van het probleem, hoe meer je geneigd bent om risico te lopen bij je oplossing. Op eenzelfde manier heeft de overheid het voorbije jaar veel maatregelen ingevoerd tegen de verspreiding van het coronavirus, ondanks een gebrek aan betrouwbare informatie over de efficiëntie van die maatregelen. Een afweging tussen potentieel positieve en negatieve effect van zo’n maatregel maak je op basis van de risico’s die je op dat moment wil nemen. Je kunt het debat over waarden, over wat gezondheidsbeleid moet doen, hier niet uit wegnemen. Wetenschappers die beleid adviseren en media informeren, kunnen zich niet lostrekken van de maatschappelijke waarden waarbinnen hun advies en informatie zinvol is.


In een recente lezing aan de Universiteit van Vlaanderen omschreef Niel Hens zijn modellen over de verspreiding van het virus als neutrale informatie waarmee beleidsmakers aan de slag gaan. Die naïeve voorstelling klopt niet. De wiskundige modellen functioneren slechts bij gratie van informatie over besmettingen, en die informatie is maar beschikbaar dankzij een testbeleid. Omwille van dit beleid is de gezondheid van onze lichamen al een jaar lang een constante, publieke aangelegenheid - dat is allesbehalve een politiek neutrale kwestie. De informatie die de bevolking aanlevert voor Hens’ modellen heeft ingrijpend veranderd hoe wij leven. Verder vermeldt Hens niet hoe de projecties uit die modellen worden voorgesteld aan beleidsmakers. Omwille van de talloze vooronderstelling van de modellen heeft elk scenario maar een bepaalde waarschijnlijkheid. Hoe moet je die waarschijnlijkheid interpreteren als beleidsmaker? En hoe wil je die scenario’s voorstellen in de media? Hens’ modellen hebben een publieke functie gekregen, maar de publieke reflectie op hun betekenis blijft achter.

We leven in een wetenschappelijke samenleving. Bijna elk aspect van ons leven is onderwerp van onderzoek dat op één of andere manier doorstroomt naar politiek beleid. Dat brengt een complexiteit met zich mee: wetenschappelijk onderzoek en de communicatie ervan zijn deel van de publieke ruimte waarin conflict en debat over waarden centraal staan. Wetenschappers en hun instellingen kunnen maar beter het zelfbeeld ontgroeien waar zij aan de zijlijn staan van dat debat. Door hun onderzoek en hun adviezen zijn ze er onlosmakelijk mee verbonden.